Webdesign · 6 min lezen
Je website als aannemer: net zo belangrijk als referenties
In de bouw gaat het om referenties. Alleen eindigt bijna elke referentie op je website, en daar valt het verhaal vaak stil.
Gepubliceerd op
In de bouw koop je zelden iets op basis van een advertentie. Je belt iemand omdat een collega hem noemde, omdat je hem kent van een eerder werk, of omdat zijn naam viel in een overleg. Referenties zijn de harde valuta.
Precies daarom is je website belangrijker dan de meeste aannemers denken. Want die referentie eindigt bijna altijd op dezelfde plek: iemand hoort je naam en zoekt je op. Wat hij dan ziet, bepaalt of hij belt met vertrouwen of met twijfel.
Wat er gebeurt nadat iemand je naam hoort
Zet het eens naast elkaar. Een opdrachtgever krijgt jouw naam door van een relatie die tevreden was. Hij typt je bedrijfsnaam in, komt op je site en ziet: een foto van een bouwplaats die ergens van internet komt, een tekst over vakmanschap en jarenlange ervaring, en een projectenpagina met vier foto's uit 2019.
Hij belt waarschijnlijk nog steeds, want die aanbeveling weegt zwaar. Maar hij belt met een vraag minder beantwoord dan nodig was. En als hij jou vergelijkt met een tweede partij die hij ook kreeg aanbevolen, begint dat verschil te tellen.
Het gekke is: dat verschil zit zelden in je werk. Het zit in wat je ervan laat zien.
Je projecten zijn je referenties, maar dan vindbaar
Het belangrijkste onderdeel van een aannemerssite is het projectenoverzicht. Niet als fotogalerij, maar als lijst van bewijsmateriaal. En daarvoor is meer nodig dan foto's.
Zet per project neer:
- Wat het was. Nieuwbouw, renovatie, verbouwing, onderhoud. In gewone woorden.
- Waar. Plaats of regio. Opdrachtgevers denken in werkgebied.
- Hoe groot. Aantal woningen, vierkante meters, of gewoon de orde van grootte.
- Wat jouw rol was. Hoofdaannemer, onderaannemer, of alleen een specifiek deel. Dit wordt het vaakst vergeten en is het meest gevraagd.
- Wanneer. Een project van vorig jaar zegt iets anders dan een project van acht jaar geleden.
Die laatste twee maken het verschil tussen een plaatje en een referentie. Hoofdaannemer of onderaannemer is voor een opdrachtgever een wereld van verschil, en als het er niet staat, moet hij het vragen. Veel mensen vragen niet, die kiezen de partij waarbij het er wél stond.
En over foto's: telefoonfoto's van de bouw zijn vaak eerlijker dan ingehuurde sfeerbeelden, zolang ze scherp zijn en bij daglicht genomen. Het probleem is meestal niet de kwaliteit maar de plek: ze zitten in de telefoon van de uitvoerder en niet op je site. Een middag die foto's ophalen en er per project een paar regels bij schrijven verandert meteen hoe serieus je site overkomt.
Waarom "maatwerk" en "kwaliteit" niets zeggen
Op bijna elke aannemerssite staan dezelfde drie woorden: vakmanschap, kwaliteit en maatwerk. Ze zijn alle drie waar en ze doen alle drie niets, want je concurrent schrijft precies hetzelfde.
Wat wel werkt, is concreet zijn over wat je aanneemt. Welk soort werk, welke omvang, in welke regio. Dat voelt alsof je werk weggooit. In de praktijk houdt het vooral de aanvragen tegen waar je toch nee op zegt: de particulier die een dakkapel wil terwijl jij utiliteitsbouw doet, of het project aan de andere kant van het land.
Wat overblijft is minder, maar completer, en het scheelt je een hoop bellen om erachter te komen dat het niks wordt.
De aanvraag die je wél wilt
De meeste aannemerssites hebben een contactformulier met naam, mail en een leeg berichtvak. Daar komt uit wat je erin stopt: korte berichtjes waar je niets mee kunt.
Vraag in plaats daarvan de twee of drie dingen die je echt nodig hebt om te kunnen inschatten of het past: wat voor werk, waar, en wanneer het ongeveer moet gebeuren. Laat mensen een tekening of een foto meesturen. Een aanvraag met een bijlage is bijna altijd een serieuze aanvraag.
Zet er ook bij wat er daarna gebeurt en binnen hoeveel tijd je reageert. Dat is geen opsmuk: het haalt de onzekerheid weg bij iemand die niet weet of hij nog wat hoort.
Certificeringen: zichtbaar, niet als behang
VCA, ISO, erkenningsregelingen: in de bouw worden ze gecontroleerd voordat je wordt uitgenodigd. Zet ze dus waar iemand ze zoekt — bij de informatie over je bedrijf en bij de aanvraagpagina — en zet erbij wat je werkelijk hebt.
Wat niet helpt: een logostrook op elke pagina. Die bewijst dat je mee mag doen, niet dat je het verschil maakt. En zet er niets op wat je niet hebt; dit is precies het onderdeel dat wordt nagekeken.
Je opdrachtgever staat op de bouw
Een flink deel van het bezoek op dit soort sites komt binnen op een telefoon, vaak met matig bereik. Dat betekent twee dingen.
Eén: je site moet snel laden. Een video van vijf megabyte op je homepage kost je bezoekers die je nooit ziet. Twee: je telefoonnummer moet aan te tikken zijn, en het moet boven in beeld staan. De snelste conversie in de bouw is nog altijd dat iemand je belt terwijl hij voor een pand staat.
Wat je niet nodig hebt
- Een nieuwsbericht uit 2019. Een lege nieuwspagina doet meer kwaad dan geen nieuwspagina.
- Een sfeerfilm van vier minuten. Niemand kijkt die uit, en hij vertraagt je site.
- Een pagina "Over ons" die begint met het jaartal van oprichting. Begin met wat je maakt, het jaartal mag onderaan.
- Twaalf formuliervelden. Elke extra vraag kost je aanvragen.
Gevonden worden in je eigen regio
Aannemers worden niet gezocht op "bouwbedrijf". Ze worden gezocht op werk plus plaats: aannemer voor een dakopbouw in Purmerend, onderhoudsaannemer in Noord-Holland, verbouwing bedrijfspand in de Zaanstreek.
Dat betekent dat een pagina die benoemt wát je doet en wáár, beter zijn weg vindt dan een algemene homepage. Schrijf je werkgebied dus ergens uit, en niet alleen in de voettekst. Zet je bedrijfsgegevens overal in dezelfde schrijfwijze: naam, adres, telefoonnummer. Zoekmachines koppelen die gegevens aan je Google Bedrijfsprofiel, en verschillen daartussen kosten je zichtbaarheid.
Het meeste lokale werk zit trouwens niet op je site maar in dat bedrijfsprofiel en in reviews van opdrachtgevers. Vraag er na een opgeleverd project gewoon om. Dat voelt ongemakkelijk precies één keer.
Wat dit oplevert als je het goed doet
Realistisch: je site gaat je niet ineens aan nieuwe opdrachtgevers helpen die je nooit had gezien. Wat hij wel doet is het gesprek veranderen dat je toch al zou hebben.
Opdrachtgevers die bellen weten dan al wat voor werk je aanneemt, hebben je projecten gezien en komen met een concretere vraag. Het aantal aanvragen waar je niets mee kunt gaat omlaag, en bij vergelijkingen tussen twee aanbevolen partijen sta je beter. Dat zijn geen spectaculaire beloftes, maar het is precies waar het in deze branche om draait.
Begin hier
Als je morgen een uur hebt, doe dan dit:
- Zoek je eigen bedrijfsnaam op in Google en bekijk je site op je telefoon, alsof je een opdrachtgever bent.
- Vraag je uitvoerders om de vijf beste projectfoto's van het afgelopen jaar.
- Schrijf bij elk van die projecten vijf regels: wat, waar, hoe groot, jouw rol, wanneer.
- Zet je telefoonnummer bovenaan, aantikbaar.
- Schrijf in één zin op welk werk je zoekt en in welke regio.
Dat is geen nieuwe website. Dat is een middag werk, en het maakt het verschil tussen een site die je bestaan bevestigt en een site die meehelpt.
Wil je weten hoe zo'n site er in zijn geheel uitziet, kijk dan bij website laten maken voor aannemers. En zoek je vooral vakmensen in plaats van opdrachten, dan is personeel vinden via je website het stuk dat je daarna moet lezen.

Jesse de Groot
Designer en strateeg achter Webjoy. Sinds 2018 bouw ik merken en websites voor B2B-bedrijven, vanuit Purmerend.
Meer over mij →



